- Gegevens
- Geschreven door: Didier (De Wever)
- Categorie: Recensies
- Hits: 265
Het wezen van het christendom
auteur: Ludwig Feuerbach
vertaling: Karel D'huyvetters, voorwoord: Johan Braeckman
non-fictie, filosofie, religie
uitgeverij Damon 2025
ISBN 978 94 6340 425 9
beoordeeld door Gerda Sterk
XXXX
Gelovigen vragen zich zelden af of hun religieuze overtuiging een redelijke grondslag heeft. Toen Feuerbach in 1841 "Das Wesen des Christentums" schreef, begreep hij dat hij met dit atheïstische werk de 'ware gelovigen' zou ontstemmen.
D'huyvetters maakte eindelijk een moderne Nederlandse vertaling van dit meesterwerk, dat bijzonder succesvol was en mensen als Marx, Darwin en Freud beïnvloed heeft.
Feuerbach schreef een voorwoord bij zijn eerste oplage, die hij in 1841 onder een schuilnaam publiceerde, beducht voor de reacties. In dit voorwoord spreekt hij over 'de auteur' in de derde persoon. In het voorwoord van de tweede en derde oplage is zijn kritiek op de reacties niet meer anoniem.
De hoofdgedachte is dat niet God de mens schiep, maar de mens God. Deze stelling onderzoekt hij in alle richtingen vanuit
filosofisch-wetenschappelijke hoek. Dat maakt dat dit boek aandacht vergt, al heeft "de vertaler een 'titanenarbeid verricht om het toegankelijk te maken voor een Nederlandstalig publiek", zo lezen we in de inleiding van Johan Braeckman. Het is best ook die inleiding te lezen, omdat we daarin een schets van het leven en het werk van Feuerbach vinden en deze hoofdgedachten: "Religie is voor Feuerbach niet een verzameling van denkbeelden die onafhankelijk van de mens bestaan. Integendeel, religieuze opvattingen komen rechtstreeks voort uit de menselijke natuur, uit de menselijke essentie... die bestaat uit rede, wilskracht en liefde... Theologie wordt zodoende antropologie... Liefde is geen reflectie van goddelijke liefde; ze is door en door menselijk. "
Die gedachten werkt Feuerbach grondig uit, beginnend bij dat wat een mens verschillend maakt van een dier, dat geen religie kent. Godsdienst is de droom van de menselijke geest. Toen de mens nog in de natuur leefde, had hij enkel natuurgoden. Toen hij een huis betrok, installeerde hij God in een tempel. Zoals de mens zichzelf kent, zo stelt hij zich God voor. Als een vogel zich een God zou voorstellen, zou die vleugels hebben. Voor een rups is de plant waarop hij leeft, het hele universum. Dieren hebben hun instinct, mensen hebben een bewustzijn, dat onbegrensd is en een denkvermogen dat voor hen oneindig lijkt, zo betoogt Feuerbach. Die eigenschappen noemt de mens goddelijk.
Sommige uitspraken wekken verbazing tot je leest hoe hij eraan komt: "Het geloof is het tegendeel van de liefde. Daarom vereist het geloof een hiernamaals... het geloof heeft de hel uitgevonden, niet de liefde...de hel verzoet de vreugde van de zalige gelovigen... als ik niet eeuwig ben, dan is God niet God... de kuise kloostercel, waar de met de hemel getrouwde ziel nog niet met een vreemd, aards lijf hoereert! God is het begrip van de soort als een individu. Alleen Christus is de persoonlijke God - hij de ware, werkelijke God van de christenen... Christus is de eenheid van gemoed en fantasie.... het geweld van het Hebreeuwse egoïsme...de schepping als een puur commanderende act..."
Ik bespeurde af en toe een zekere mate van sarcastische humor: "Als jullie het principe van het christendom, de heilvolle en wondervolle geboorte van de Heiland niet zonderling vinden...o, vindt toch ook de naïeve, eenvoudige, goedmoedige consequenties van het katholicisme niet zonderling!"
God is - volgens Feuerbach - de som van de wensen en verlangens van de mens: liefde geven en ontvangen, rechtvaardigheid, belangrijk zijn, gehoord worden (bidden), onsterfelijk zijn, eeuwig geluk bereiken in het hiernamaals, zonder fouten/zonden zijn, in het bezit van de waarheid zijn, algoed, alwetend, alziend zijn,...
Feuerbach ziet meer heil in het aanvaarden van de natuur van de mens. Hij ziet wel een verschuiving tussen de Joodse godsdienst, die oorspronkelijk elke beslissing in Gods handen legde, naar de christelijke, die ook niet-Joden toeliet tot het geloof in één God. Christenen kregen iets meer zeggenschap over hun dagelijks leven, al was het nog altijd van het grootste belang om het hiernamaals te verdienen in de ogen van de alziende, rechtvaardige Rechter.
Het godsbeeld is hoe dan ook aan de wensen van de mensen ontsprongen, het is daarom egoïstisch, onverdraagzaam en verbonden met geweld.
In soms poëtische taal werkt Feuerbach zijn filosofische gedachten uit in twee delen. In deel 1 gaat hij na hoe de religieuze voorstellingen van het christendom steunen op een menselijke kern. In deel 2 buigt hij zich over de onthulling van de tegenstellingen in de christelijke religie.
D'huyvetters heeft noodzakelijke aanvullingen tussen haakjes toegevoegd. De cursieve tekst, die op sommige woorden en zinnen nadruk legt, is ook in het oorspronkelijke geschrift terug te vinden.
Het is een fraai uitgegeven boek in de reeks Vrijdenkers: vertalingen van historisch belangrijke en invloedrijke teksten over het denken over de verhouding tussen mens, God, religie en staat.
- Gegevens
- Geschreven door: Didier (De Wever)
- Categorie: Recensies
- Hits: 277
DENKEN MET MICROBEN
auteur: Kristien Hens
non-fictie
uitgeverij: letterwerk 2025
ISBN 978 90 8349 062 5
beoordeeld door Gerda Sterk
XXXXX
Als je dit een belachelijke titel vindt, dan is het tijd om het boekje te lezen. We beseffen niet altijd hoe belangrijk microben zijn, niet alleen voor het ontstaan van het leven, maar ook voor de voortzetting ervan.
Dit wetenschappelijk gegeven is nochtans niet de hoofdtrend van dit boekje, het is eerder de aanzet tot een filosofische gedachtegang. De auteur is een bio-ethicus en werd in die hoedanigheid gevraagd om een peer review te schrijven over een artikel dat ging over autisme en genetica. "Een discours waarin genen, IQ, autisme en sociaaleconomische status samen worden gebracht, bevat al de ingrediënten voor een kruitvat." Ze kwam tot de conclusie dat de complexiteit van het het geheel van wetenschappelijke resultaten niet genoeg benadrukt was. Filosofie zou uitkomst kunnen bieden omdat het een verbindende kracht is, die vakgebieden bij elkaar kan brengen. Wetenschap zou zich moeten laten inspireren door mensen die microben bestuderen. Deze organismen doen ons nadenken over de vraag "wat is de mens?". Dit lijkt de enige relevante vraag, maar hoe langer hoe meer beseffen we dat "wat is een microbe?" even belangrijk is. Intussen is bv. duidelijk dat de link tussen onze hersenen en de microben in de darmen, bepaalt hoe we ons voelen en gedragen.
Een microbe is een levensvorm die een microscoop vereist, maar er is méér. Wat te denken van virussen? Wat is een levend wezen? Is seksuele voortplanting de enige goede manier om de evolutietheorie te begrijpen? Wat is een soort? Wat is het voordeel van de losbandige manier waarop bacteriën zich voortplanten? Kunnen we het wij-zij-denken niet beter loslaten en iets leren van de langdurige samenwerking tussen organismen?
Voor het antwoord op al deze vragen, gaat Hens te rade bij de microben en bij filosofen. Zij leren ons dat "complexiteit, relationaliteit en samenwerking fundamenteel zijn voor het leven."
Wetenschappers die werken met microben, beseffen dat microben leven zijn. In Kyoto is een monument opgericht door microbioloog Kasabo om de triljoenen microben te eren die zijn opgeofferd voor wetenschappelijk onderzoek.
Dit essay doet je nadenken. Het is een klein boekje dat uitstekend in een jaszak past.
Kristien Hens is hoogleraar bio-ethiek aan het departement wijsbegeerte van de Universiteit Antwerpen.
- Gegevens
- Geschreven door: Didier (De Wever)
- Categorie: Recensies
- Hits: 267
Een eerlijke nieuwe wereld
auteur Rik Pinxten
non-fictie
uitgeverij Ertsberg 2025
ISBN 9789464984569
beoordeeld door Gerda Sterk
XXXX
10 jaar geleden schreef Pinxten in "Schoon protest" dat er verzet moet komen
tegen de top-down macht met vooral de financiële elite aan de top, die doet wat
ze wil. Belangrijke sectoren worden verwaarloosd: opvoeding, cultuur,
gezondheidszorg, ouderenzorg. In dit boek herhaalt hij die zorgwekkende
gedachten, maar legt nu de nadruk op het neoliberale economisme, dat
wereldwijd alle macht overneemt.
Misschien diende "Brave new world" van Aldous Huxley als een aanzet voor
Pinxten om onder die titel dit boek te schrijven. De overeenkomsten met de huidige
maatschappij zijn immers opvallend: in de dystopische SF-roman wordt de vrijheid
van de mens beknot door de machtigen der aarde. De maatschappij is gebaseerd op
consumentisme, op onmiddellijke behoeftebevrediging en massaproductie. In zijn
werk gebruikt Pinxten dikwijls het begrip "economisme, als ideologie van haast
onbegrensde competitie en vermarkting". We worden gestuurd in onze mening onder
het mom van "wetenschappelijk, objectief denken van de positivistische denker (en
dat stond gelijk aan vooruitgang)...". Van de gangbare meningen afwijken, staat dan
gelijk met het verlies van geloofwaardigheid, inbegrepen het verlies van het respect
van collega's-wetenschappers. Het neoliberalisme heeft hieraan schuld, daar waar het
vroeger de samenhang tussen Kerk en Staat was die de mensen in het gareel hield.
Een erg grondige manier om de mensen te indoctrineren is onderwijs op basis van
teksten, vooral dan die teksten die gedicteerd zouden zijn door een hogere macht.
Pinxten refereert dikwijls aan de dikwijls nefaste invloed van de drie godsdiensten
van het Boek. De wetenschap doet ook een duit in het zakje, want zowel in het
verleden als nu, zijn er autoritaire stemmen die door de 'gewone sterveling' niet
mogen tegengesproken worden. Pinxten doorspekt zijn betoog met namen en
jaartallen om zijn redenering kracht bij te zetten, maar geeft ook voorbeelden uit zijn
eigen leven, bv. van zijn kindertijd in Antwerpen, of van zijn verblijf bij de Navajo
indianen in Noord-Amerika.
De reden waarom wij ons moeten realiseren dat we onze kijk op de wereld moeten
veranderen, illustreert hij met de mayonaise-metafoor op de eerste bladzijde: " ... de
mensheid is fundamenteel en diepgaand één...Het denken in verschillen moet dan
ook verlaten worden voor een denken en handelen in diversiteit... We zijn
interdependent...".
In zijn inleiding noemt Pinxten zijn werk "een positief boek", maar helaas, zoals hij
de huidige toestand van de wereld beschrijft, is er nog niet veel reden tot vreugde.
Meer dan eens legt hij de nadruk op het feit dat de klimaatopwarming, de
ecologische vernieling, de groeiende ongelijkheid en de economische onzekerheid,
redenen zijn om te beseffen dat "de zesde extinctie haast onvermijdelijk" is. In de
laatste hoofdstukken stelt hij voor wat er moet veranderen en dat begint al zeker "bij
een ingrijpende omkeer in het beeld dat wij, in de eerste plaats westerlingen, hebben
over de mens". De mens is niet de maat van alle dingen, want dat idee "gekoppeld
aan de kapitalistische motor van economisme door zogenaamd vrije individuen" legt
de nadruk op vrijheid van (o.a.) bezit en leidt ons weg van de feitelijke
interdependentie. We moeten afstappen van het suprematie - en exclusie - denken,
wat ooit door de antidemocraat, Plato, bv. en door de Kerk gepropageerd werd.
Het laatste hoofdstuk schreef hij toen Trump verkozen was. Als enige goede nieuws
ziet hij de bewustwording van meer en meer mensen van de feitelijke uitgangspunten
van dit werk: het verschil-denken bedreigt het voortbestaan van de mensheid, het
kapitalistisch economisme heeft desastreuze gevolgen en het individualisme kan een
excuus zijn voor het roekeloos plunderen van de aarde en de 'anderen'.
Rik Pinxten is Vlaanderens bekendste antropoloog. Hij gelooft in mensen, niet in
structuren.
Rik Pinxten, emeritus hoogleraar culturele antropologie en vergelijkende
religiestudie aan de UGent. Hij is filosoof van vorming en antropoloog van 'roeping'.
Hij deed etnografisch veldwerk bij de Navajo-Apache Indianen in het Zuidwesten
van de VSA en publiceerde hierover uitgebreid in boeken en artikels. In tweede
instantie groeide zijn belangstelling voor het statuut van antropologische kennis,
gebaseerd op de zeer kwalitatieve methode van veldwerkonderzoek. Dat resulteerde
in uitgebreid werk rond kennisleer en methodologie van de antropologie en de
religiestudie in een vergelijkend perspectief. Ten slotte publiceert hij vaak over de
gemengde maatschappij en de rol van de humanistische westerse traditie in deze
context. We moeten ons richten op de oorzaken en minder op de symptomen, want
de Verlichtingswaarden - gelijkheid, vrijheid, solidariteit - staan erg onder druk..
- Gegevens
- Geschreven door: Didier (De Wever)
- Categorie: Recensies
- Hits: 318
In de ban van WIJ en ZIJ
Een pleidooi voor combinatiedenken
auteur: Patrick Loobuyck
non-fictie
uitgeverij Pelckmans 2025
ISBN 978 94 6383 7910
beoordeeld door Gerda Sterk
XXXXX
Het boek is al aan zijn tweede druk toe en terecht. Politici zouden het moeten lezen. Machthebbers, vakbondsleiders, degenen die een ideologie blindelings aanhangen, zouden het moeten lezen, kortom iedereen die denkt dat de eigen groep beter is dan de andere. Vrij snel tijdens de lectuur daagt het dat het over ons allemaal gaat: groepsdenken is zo oud als de mensheid, zo oud als het leven zelf.
Ons rabiate wij-zij-denken heeft een belangrijke functie, daarom is het ons aangeboren: zonder de anderen zouden we hulpeloos zijn, zonder deel uit te maken van een groep die ze konden vertrouwen, zouden onze voorouders niet overleefd hebben. Helaas heeft dat tribale denken ook zeer negatieve gevolgen: ruzie, uitsluiting, geweld en zelfs oorlog. Door middel van vele voorbeelden - ook uit zijn eigen leven - maakt Loobuyck duidelijk dat we ons van dat wij-zij-denken niet kunnen verlossen. We moeten ermee leren leven. Regelmatig gebruikt Loobuyck voetbalsupporters als voorbeeld.
De eerste stap is ons ervan bewust worden, waartoe dit boek enorm bijdraagt. Pas als we dat groepsdenken aanvaarden, kunnen we nadenken over hoe we de negatieve kanten ervan aanpakken. En dan pas volgt het pleidooi voor combinatiedenken, waarvan je zou willen dat elke leidinggevende het beheerst: "Een combinatiedenker sluit zich niet op in één kamp en gaat ervan uit dat er nog veel te leren valt door in gesprek te gaan met anderen."
Regelmatig benadrukt hij dat we de andersdenkenden nodig hebben, want "waarom zouden we ervan uitgaan dat er in een discussie slechts één volledig juiste en één compleet foute kant is?" De voorbeelden zijn duidelijk: "je bent voor of tegen Israël, voor of tegen de groene partij, voor of tegen de hoofddoek, voor of tegen critical studies, voor of tegen de Kerk, voor of tegen een rijkentaks. Er is nauwelijks ruimte voor nuance en wederzijds begrip."
We hebben een boek als dit hard nodig, te meer omdat het in een klare, duidelijke taal geschreven is met voorbeelden uit de moderne tijd. Loobuyck heeft geen ingewikkelde wetenschappelijk-psychologische uitleg nodig om elke lezer te doen inzien dat de hele wereld beter af zou zijn met combinatiedenken. Dan pas kunnen we ons buigen over de integratie van nieuwkomers, of we moeten ageren tegen het oprukken van de islam, of we niet beter het godsdienstonderricht zouden vervangen door LEIF, of links-progressief het beter voorheeft dan rechts-conservatief, of we moeten blijven vasthouden aan "wie niet voor ons is, is tegen ons", ...
Het is zeer interessante lectuur voor iedereen die het beste met zichzelf en de andere voorheeft, want polarisatie is van alle tijden en moet best doorbroken worden.
Het boek wordt afgesloten met een uitgebreide literatuurlijst per hoofdstuk.
Patrick Loobuyck is als gewoon hoogleraar levensbeschouwing, ethiek en filosofie verbonden aan het Centrum Pieter Gillis van de Universiteit Antwerpen en is gastprofessor politieke filosofie aan de vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap van de Universiteit Gent. Als moraalfilosoof is hij een belangrijke stem in het publieke debat.
- Gegevens
- Geschreven door: Didier (De Wever)
- Categorie: Recensies
- Hits: 260
auteur: Johannes Derboven
non-fictie
uitgeverij Ertsberg 2025
ISBN 978 9464984286
beoordeeld door Gerda Sterk
XXXX
Is het doden van een dier vergelijkbaar met het doden van een mens? Al denken velen dat dieren - en zeker zoogdieren - evenveel recht hebben op waardig leven en sterven als de mensen, toch staat deze dierenethiek haaks op onze dagelijkse ervaringen en zeker haaks op onze vleesconsumptie.
Ik heb aan kennissen dikwijls gevraagd of ze nog koeien in de wei zien staan. Uit het antwoord ("zeker!") blijkt dat de meesten niet eens opmerken dat die al jaren opgesloten zitten in stallen. Daarover gaat Deel II: dierwaardigheid in de veehouderij en dan vooral in de intensieve veehouderij, waar "het levende tot het levenloze" gereduceerd wordt en de wantoestanden eindelijk bij veel mensen morele afkeer oproepen.
Johannes Derboven is een vegetariër geworden, die in principe het eten van vlees als normaal beschouwt, maar in dit boek de productiemethodes onder vuur neemt. Tot ongeveer 1960 stonden de boeren dichter bij hun hoevedieren: die liepen los, ze werden op een natuurlijke manier bevrucht, de koeien konden hun kalfjes zogen, varkens en kippen scharrelden rond in open lucht, er was sprake van sociaal contact en een zekere autonomie.
In deel I gaat hij op zoek bij tientallen denkers om te achterhalen of we kunnen vertrouwen op: "Een common sense-benadering op dierenethiek", zodat het boek een "diepgaand filosofisch inzicht biedt in het fenomeen ethiek" (uit het voorwoord van Herman De Dijn). Welke rol kan rationaliteit spelen, wat is het belang van mens-zijn, wat betekent common sense in dit verband precies en hoe komt die overeen met de bevindingen over moraliteit uit de evolutionaire psychologie? Wat verstaan we onder normativiteit, relativiteit en de mogelijkheid tot het verwerven van moreel inzicht? Het besluit is telkens dat niet alleen mensen, maar ook andere dieren recht hebben op waardig leven en sterven.
Het eerste deel is eerder filosofisch van inhoud. Er zijn weinig concrete voorbeelden. Er wordt geciteerd uit tientallen geschreven werken, van bv. Arnold Burms, Johan Braeckman, Nussbaum, De Dijn, Vermeersch, Harari, Singer... We vinden hun namen onderaan de bladzijden en achteraan in de bibliografie. Het grootste deel van Derbovens boek is gebaseerd op zijn masterproef in de filosofie. Vertrouwd zijn met - of het opzoeken van - een aantal termen is aangeraden. Wat bedoelt hij hier met "contingentie, emergentie, speciëstisch, revisionistisch"?
Derboven pleit voor een totaal andere omgang met slachtvee, want zijn onderzoek toont aan dat dierwaardigheid het laatste is waaraan de industriële veeteelt denkt, integendeel, de vleesindustrie wordt nog altijd gesubsidieerd en moet vooral geld opbrengen! Een dier dat tijdens de jacht geschoten werd, heeft tenminste een fatsoenlijk autonoom dierenleven gehad.
Het behandelen van het leven en het doden van vee en van kippen moet in wetten gegoten worden, het moet kleinschaliger, op import en export moet toegezien worden, er moet rekening gehouden worden met de impact op het klimaat, maar vooral de dierwaardigheid is van belang. Als dat de prijzen omhoog jaagt, dan is het maar zo. Dierwaardigheid in de veeteelt zou dan kunnen gaan over een omgang met dieren die verdedigbaar is op basis van het morele aanvoelen, zoals hij dat in deel I uiteenzet.
Johannes Derboven (1989) is filosoof en econoom. Hij studeerde milieu- en preventiemanagement, economische wetenschappen en filosofie. Hij is onderzoeker aan het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck (UAntwerpen). Zijn masterproef in de filosofie, die aan de basis ligt van dit boek, is bekroond met de Vlaamse Dierenwelzijnsprijs.