- Gegevens
- Geschreven door: Didier (De Wever)
- Categorie: Recensies
- Hits: 306
SENECA
WOEDE & CLEMENTIE
auteur: Piet Schrijvers en Seneca
non-fictie
uitgeverij: Historische uitgeverij 2020
ISBN 978-90-6554-630-2
beoordeeld door Gerda Sterk
XXXX
Seneca is een tijdgenoot: de menselijke zwakheden die hij toelicht, herkennen we vandaag en dat vooral bij de mensen die macht hebben. Uit zijn geschriften maken we op dat hij inziet dat er slechte mensen zijn en dat alle mensen slechte eigenschappen hebben.
Piet Schrijvers vertaalde niet alleen de politiek-didactische geschriften De Clementia en De Ira, hij voorziet ze van vele aantekeningen. De lange inleidingen van Schrijvers is wat Seneca-kenners nog het meeste zullen waarderen. Hij bespreekt de Romeinse wijsgeer als filosoof én politicus. Hij werpt zijn licht op de datering van De Clementia en op de wijze waarop latere filosofen, zoals Diderot of Justus Lipsius, de gedachten van Seneca interpreteren.
Het eerste traktaat opent Seneca met de woorden: "Keizer Nero, ik heb besloten over clementie te schrijven...", maar het is duidelijk dat zijn boodschap gericht is aan iedereen die kan lezen en wil nadenken, vooral dan aan de machthebbers onder ons.
Eer hij de tekst van De Ira weergeeft, brengt Schrijvers onder onze aandacht dat "Woede" na "liefde", het meest voorkomende thema in de wereldliteratuur is. Bovendien is het woord "ira" niet zo eenvoudig te vertalen. Wat had Aristoteles over dit gevoel te vertellen en Thomas van Aquino? Na 6 pagina's Noten, volgt de vertaling van het traktaat. Seneca gebruikt voorbeelden, zoals "de grote en gevaarlijke gek... keizer Caligula" met als tegenhanger de goede keizer Augustus. Hij vraagt zich af hoe ver woede en waanzin uiteen liggen. Is het een ziekte en zijn er therapieën?
Dit boek is warm aan te bevelen voor wie grondiger wil graven in de twee beroemdste traktaten van de de stoïcijnse filosoof Seneca. Matig geïnteresseerde lezers met weinig voorkennis raad ik het boek toch aan, omdat ze in de tekst van Seneca om de andere regel een gedachte vinden om te koesteren. Ik geef een paar voorbeelden: "De belangrijkste remedie tegen woede is uitstel", "Men moet niet woedend worden of nu het object van je uitdaging gelijk, hoger of lager staat. Strijd met een gelijke is gevaarlijk, met een hogere waanzinnig, met een lagere verwerpelijk". "Clementie is matiging van zichzelf bij het uitoefenen van de macht om te wreken ...", "Medelijden ligt dicht bij lijden. Het heeft er iets van maar het mist ook iets", "Maar ook medelijden is een ondeugd", "Clementie kent verstandelijke overweging" en "Clementie is genuanceerder dan vergeving, ze is eervoller".
De vertaling van de Leidse classicus, Piet Schrijvers, wordt alom geprezen en zijn inleidingen worden door kenners als zeer waardevol beschouwd.
- Gegevens
- Geschreven door: Didier (De Wever)
- Categorie: Recensies
- Hits: 308
EEN IMMENSE WERELD
Hoe dierlijke zintuigen de verborgen dimensies om ons heen onthullen
auteur: Ed Yong
non-fictie
uitgeverij Atlas Contact 2024
ISBN 978 90 450 4420 0
beoordeeld door Gerda Sterk
XXXXX
Hamlet betoogde tegenover Horatio dat "er meer dingen zijn in de hemel en op aarde ... dan waarvan gedroomd wordt in uw filosofie". Het citaat wordt vaak opgevat als een oproep om het bovennatuurlijke te omarmen. Ik zie het meer als een oproep om het natuurlijke beter te begrijpen.
Als je dat leest in de inleiding van Yong, dan weet je niet of je de wereld van de filosofie induikt, dan wel de natuurlijke wereld van de dieren gaat verkennen. Wat wél zeker is, is dat dit briljante boek "verborgen dimensies om ons heen onthullen". Het opent werelden waarvan wij - als menselijk dier - geen idee hebben, tenzij we ons erin verdiepen. Yong neemt ons mee via de ontelbare ontdekkingen die toegewijde wetenschappers de laatste jaren maakten en nog elke dag maken. Hij doet dat bovendien zonder dat het een saaie opsomming wordt: wetenschappelijke feiten wisselt hij af met verhalen en met eigen ervaringen. Chemie, fysica en biologie zijn belangrijk. Waar nodig scherpt hij de kennis van de lezer(es) aan, soms met voetnoten, soms met vergelijkingen en wie nog meer wil, vindt zijn gading in de uitgebreide bronnenlijst.
"Elk dier kan slechts een klein deel van de volledige werkelijkheid benutten. Elk dier is opgesloten in zijn eigen unieke zintuiglijke zeepbel, en neemt slechts een deel van een immense wereld waar". Die wereld noemt hij Umwelt: de perceptuele wereld die een dier kan ervaren. Yong begint met de oudste en meest universele zintuigen: de chemische, zoals reuk en smaak. Dan volgt het gezichtsvermogen: het zintuig dat de Umwelt van de meeste mensen domineert. Dan is er de wereld van de kleur, pijn, hitte, tast, echolocatie en andere zintuigen die we nog maar pas leerden kennen.
De reukzin van een hond vinden we fenomenaal, maar die bewondering neemt nog toe als je bijvoorbeeld leest dat ze een enkele vingerafdruk kunnen detecteren die op een microscoopglaasje op een dak was neergelegd. Alle dieren laten geuren achter, behalve de pofadder, die zich chemisch lijkt te kunnen aanpassen, zodat een hond over hen heen loopt zonder ze te ruiken.
Mensen hebben twee zeer goede ogen. Een springspin gebruikt vier paar ogen. Ze heeft piepkleine hersenen, maar is verrassend slim. Om te zien heb je licht nodig en verbindingen met de hersenen. De auteur praat met mensen die hun leven wijden aan onderzoek, zoals Speiser die jacobsschelpen bestudeerde. Wat hij te weten kwam, lees je best in het boek. Hebben de zebra's strepen als camouflage? Waarschijnlijk niet, want leeuwen hebben geen goed zicht. Waarvoor ze dan wel dienen, laat Yong een zekere Melin uitleggen.
Ik geef maar een paar voorbeelden, maar er zijn tientallen observaties die me verbaasden. Alle bevindingen waren resultaten van uitgebreid wetenschappelijk onderzoek. Natuurlijk komen Darwin en de evolutietheorie regelmatig om de hoek kijken. Dat nieuwe principe was revolutionair, maar de moderne wetenschap ontdekt langzaam aan wat hij nog niet wist en ook waar hij volkomen fout zat.
Het is een dik boek, dat je niet in één keer uitleest. Elk hoofdstuk biedt telkens nieuwe ontdekkingen. Het is bovendien in een prettige stijl geschreven met vele vleugjes humor. Soms wijdt Yong ver uit om een bevinding zo duidelijk mogelijk te maken. Ik voelde me af en toe ongemakkelijk bij de beschrijving van experimenten op dieren, die zeker niet bedoeld waren voor het heil van het dier, maar voor de vooruitgang van de menselijke wetenschap.
De kleurenfoto's zijn een goede aanvulling: hoe zien de ogen van die bepaalde schelp eruit, welke kleuren ziet een hond? De naakte molrat voelt geen pijn zoals wij, maar hoe ziet dat dier eruit? Een spin in een wielweb zit in een verlengstuk van het eigen zintuiglijke systeem. Zebravinken luisteren naar details die mensen niet kunnen waarnemen. De grote wasmot (zie foto) kan hogere frequenties horen dan enig ander bekend dier.
Hoofdstuk 13 sluit af met de invloed van de onwetende mens op de leefwereld van de andere dieren, wat dikwijls het gevolg is van ons beperkt waarnemingsvermogen: we zien andere dieren vanuit het menselijk perspectief en kijken zelfs op hen neer. Yong somt een ontmoedigende lijst ecologische zonden op. Hij kan gelukkig ook een paar verbeteringen opnoemen, maar we zijn er nog lang niet: "We moeten de stilte redden en de duisternis behouden". "Dit vermogen om in andere Umwelten te duiken is onze grootste zintuiglijke vaardigheid" en die moeten we gebruiken.
Ed Yong is een bekroonde wetenschapsjournalist die schrijft voor The Atlantic. Hij schreef al eerder een bestseller: "De microben in ons".
- Gegevens
- Geschreven door: Didier (De Wever)
- Categorie: Recensies
- Hits: 306
HONINGBIJEN
Een natuurlijke en minder natuurlijke historie
auteur: Jacques van Alphen
non-fictie
uitgeverij Brooklyn 2023, herziene uitgave 2025
ISBN 978 94 92754 72 1
NUR 410
beoordeeld door Gerda Sterk
XXXX
Noodzakelijke voorwaarde: interesse in de natuur. Als aan die voorwaarde voldaan is, dan raad ik het lezen van dit boek absoluut aan. Je zal feiten leren over honingbijen en andere insecten, die je versteld doen staan. Je leert ook dat al die bevindingen op uitgebreid (wetenschappelijk) onderzoek gebaseerd zijn.
Als geïnteresseerden in natuurverschijnselen weten we waarschijnlijk dat de koningin een bruidsvlucht maakt en dat de enige taak van de darren is, die koningin te bevruchten. Maar wist je dat er ongeveer 11.000 darren uit ongeveer 240 verschillende volken op een verzamelplaats aanwezig zijn en dat ze tussen de 4 tot 11 km vliegen om de "hangplaats" te bereiken? Van Alphen legt uit dat men ontdekt heeft hoe ze die plaats vinden, dat de koningin met meerdere darren paart en dat ze sperma van wel 10 tot 20 darren kan opslaan. En daar eindigt het nog niet! Er komen bevruchte en onbevruchte eicellen tot leven, het voedsel dat de werksters de opgroeiende larven aanbieden verschilt, wat resulteert in bijen met verschillende taken. Er is veel onderzoek verricht aan sociale insecten, zoals mieren, termieten, wespen, angelloze bijen en honingbijen. Wat we erover te weten komen is "spannender dan de beste sciencefiction."
Jacques van Alphen geeft in zijn inleiding vier redenen om dit boek te schrijven: hij wil dit "ingewikkeld verhaal" ook voor niet-biologen toegankelijk maken. De tweede reden is dat het eindelijk duidelijk is dat de evolutie van diergedrag in het wild, niet hetzelfde verliep als bij productiedieren, zoals bv. honingbijen. De "inheemse" zwarte honingbij wordt met uitsterven bedreigd en dit is de derde reden: een pleidooi voor het behoud van deze bij. De bestrijding van de exotische, parasitaire varroamijt is de vierde reden, die is verweven met al het voorgaande.
Er komt een breed scala aan onderwerpen aan bod. Sommige bevindingen vond ik zo spectaculair dat ik uitroeptekens verwachtte: bijen doen aan zelfmedicatie, bijen hebben een duidelijke taakverdeling die afhangt van drie factoren: waar het bevruchte of onbevruchte ei gelegd wordt en wat voor voedsel de opgroeiende larve krijgt. Het bijenvolk functioneert zonder management en zonder heersers. De taal van de bijen is nóg ingewikkelder dan men altijd al dacht. Bijen houden zowel de luchtvochtigheid als de warmte in hun nest op een bepaald niveau. Hoe ze dat doen en met elkaar communiceren, legt de auteur u beter uit dan ik.
Het negatieve effect van de grootschalige landbouw op het leven van onmisbare bestuivers is een onderwerp, dat hij zodanig benadrukt dat hij op p.151 twee zinnen letterlijk herhaalt: "Het tekort aan bestuivers in de landbouw is ook een gevolg van de grootschaligheid die zorgt voor grote fluctuaties in het aanbod van nectar en stuifmeel in de tijd." In veel hoofdstukken komt dit thema terug.
Dit boek is een grondig herziene heruitgave van 2022. Kwam in de eerste uitgave het eiland Texel als laatste toevluchtsoord van de zwarte bij niet voor, dan heeft hij dit in deze uitgave van 2025 aangepast, erop wijzend dat: "Helaas zijn de zwarte bijen van Texel toch ernstig gehybridiseerd...". Hij wijdt een hoofdstuk aan "Darwiniaans imkeren" waarin hij uitweidt over de varroamijt en hoe imkers die zouden kunnen bestrijden. Hij wijst er trouwens regelmatig op dat imkers hun aanpak zouden moeten herzien en bijvoorbeeld niet meer de foute opvattingen van broeder Adam mogen geloven. Deze populaire imker van begin 1900, was zich niet bewust van het gevaar van het importeren van bijen.
Alle geïnteresseerden, maar ook ervaren imkers kunnen iets opsteken van de lectuur van dit boek.
Het hoofdstuk Referenties, waarin verwezen wordt naar wetenschappers, deskundigen en hun werken, beslaat vele bladzijden. Een register is er niet.
Jacques van Alphen is een Nederlander. In zijn boek wordt België één keer genoemd. Hij was hoogleraar in Leiden en in Rennes (Fr.) Als onderzoeker werkte hij o.a. aan de evolutie in het gedrag van sluipwespen. Hij woont deels in Noord-Frankrijk, waar hij zwarte honingbijen houdt.
- Gegevens
- Geschreven door: Didier (De Wever)
- Categorie: Recensies
- Hits: 334
HOE IK de GRIEKSE TOERISME JUNGLE overleefde
auteur: Ruard Wallis de Vries
non-fictie
uitgeverijHoutekiet 2025
ISBN 978 90 5720 958 1
beoordeeld door Gerda Sterk
XXXX
Reisleider zijn, dat is toch eenvoudig?
Nee, dus. De auteur kwam als mid-twintiger aan in Athene met een universiteitsdiploma op zak, maar besloot uit noodzaak in het toerisme te gaan werken. Op een humoristische manier vertelt hij ons hoe hij lastige situaties moest oplossen, veeleisende reizigers probeerde tevreden te houden en diverse talen moest spreken, waarvan hij bij zijn sollicitatie beweerd had die te kennen. Bovendien moest hij soms de buschauffeur bewerken, hotelpersoneel aanpakken en restauranthouders op het matje roepen, die niet leverden wat ze beloofd hadden. Van een reisleider wordt ook verwacht dat hij veel uitleg geeft bij wat er te zien is en liefst niet te saai. Hij (of zij) moet de nodige praktische informatie geven, regelmatig tellen of hij iedereen nog bij heeft, klanten die te laat komen op een vriendelijke manier terecht wijzen en boven alles goedgezind blijven, zelfs als hij liefst de hele groep zou willen dumpen. Als er iemand ziek wordt of bestolen is en zijn paspoort kwijt is, dan is het ook aan de reisleider om die persoon terug in zijn eigen land te krijgen.
Deze recensente - ik, dus - weet waarover Wallis de Vries praat, want ik ben ook 10 jaar reisleidster geweest! Het is een zware verantwoordelijkheid, waarmee geen schatten te verdienen zijn: het dagloon is mager en de fooien zijn dat soms ook.
Waarom doen we het dan? Als je een goede groep hebt, niemand wordt bestolen of moet naar een kliniek gebracht worden en er zijn niet te veel tegenslagen, dan is het een geweldige bezigheid voor een sociaal iemand met een beetje zin voor avontuur. Het verhaal staat vol vermakelijke anekdotes over improvisatie, over de chaotische Griekse mentaliteit, over de speciale figuren die hij tegenkomt. Eén ervan is zijn chef, de man die afwisselend de Prins en de Slang genoemd wordt, omdat hij geen tegenspraak duldt en niet te vertrouwen is. De anekdote met ontevreden reizigers die in een te kleine bus worden gepropt, heb ik zelf meegemaakt. Ik kan getuigen dat de maatschappij zich verschuilt achter: "we hebben op dit moment niets beters", en dat er dreigingen aan te pas komen om de volgende dag een luxe-autocar voor de deur te krijgen. Wat hij beschrijft over de klant die op de luchthaven ontdekte dat ze haar terugvluchtticket in de emmer naast het toilet gegooid had, dat heb ik gelukkig niet meegemaakt. Elke reisleider maakt vroeg of laat een onuitstaanbare klant mee die alles beter lijkt te weten en aanvullingen roept of gewoon het woord overneemt.
Ruard last natuurlijk ook goede ervaringen in, anders was hij het niet blijven doen! Het is echt mogelijk om vrienden voor het leven te maken tijdens die ene week.
Merkwaardig in dit reisverhaal is het hoofdstuk over de onwaardige behandeling van vluchtelingen, in dit geval Iraakse Koerden, die 's nachts regelmatig vanuit Turkije koers zetten naar de Griekse eilanden. 29 van hen overleefden de overtocht niet, wat ontdekt werd op het moment dat Ruard en zijn groep in de haven arriveerden. Een woord kritiek ook over de ongelijke behandeling van mannen en vrouwen in Turkije, wat de Turkse hostess verzwijgt voor de toeristen, maar aan haar collega toevertrouwt.
Het meest ironisch is wel deel II, waarin elk hoofdstuk begint met een uittreksel uit "Het handboek voor self-made hostesses". Ook Ruard wordt tijdens het uitoefenen van die job als "hostess" beschouwd. Hij moet geen reis leiden, maar de persoon zijn die je kan aanspreken in het hotel.
Sommigen die dit boek lezen, zullen ogen trekken als ze te weten komen welke bijverdiensten bestaan. Ervaren
snappen dat de reisleider niet gelijk welke souvenir-winkel of kledingzaak binnen stapt. Ruard maakt er in elk geval geen geheim van dat - zo lang de klanten niet worden opgelicht - hij er geen probleem mee had een extra centje te verdienen.
Ik wil met deze recensie aantonen dat dit boek een mengeling van humor en tragiek is. Ruard beschrijft ook zijn persoonlijke groei: hij leert al doende de kneepjes van het vak. Hij leert bovendien oprecht te houden van de Griekse samenleving vóór hij in Brussel een vaste aanstelling verwerft bij de Europese commissie. Hij vertelt hierover in de Epiloog.
Ruard Wallis de Vries is een schrijver, een journalist en EU-ambtenaar. Hij kocht, renoveerde en verkocht een handvol charmant vervallen huizen op Samos en Leros. "De actie in dit boek speelt zich af in het laatste decennium van de twintigste eeuw en het is misschien veelzeggend dat er maar weinig aanpassingen aan de tekst nodig waren." (uit Over de auteur)
reizigers zullen wel
- Gegevens
- Geschreven door: Didier (De Wever)
- Categorie: Recensies
- Hits: 380
Het verraad aan de verlichting
Pleidooi voor een nieuwe vooruitgangsbeweging
auteur: Maarten Boudry
non-fictie
uitgeverij Prometheus Amsterdam 2025
ISBN 978 90 446 5435 6
beoordeeld door Gerda Sterk
XXXXX
Hoe meer de conservatieven in het Westen de waarden van vooruitgang en Verlichting omarmen, hoe argwanender de progressieven zich opstellen. Rechts is links geworden en links wordt rechts.
Het geglobaliseerde kapitalisme is een onderdrukkend systeem dat de kloof tussen arm en rijk blijft vergroten, zo zeggen degenen die zich progressief noemen. En ook is het hun overtuiging dat minder groei, meer degrowth dus, te verkiezen is boven vooruitgang, tenminste als we de wereld willen redden. Bovendien zijn racisme en seksisme in onze samenlevingen diep ingebakken, dus morele vooruitgang is een illusie.
In het overzicht van zijn boek duidt Boudry het progressieve verraad aan de verlichting aan als een soort auto-immuunziekte, die drie oorzaken heeft. Het postmodernisme is de eerste, de verdeling in (witte) onderdrukkers en (zwarte) slachtoffers is de tweede en de derde is de Grote Groene Omwenteling, die groei en moderne technologie verkettert. Eer hij deze redenen uitlegt, gaat hij in op de waarden van de Verlichting, die hij regelmatig zal herhalen: vrijheid van denken en spreken, universeel stemrecht, gelijkheid van man en vrouw, scheiding van kerk en staat, technische innovatie, materiële welstand, vrede, vertrouwen in de rede. Hij maakt korte metten met het misverstand dat de wetenschap, liberale democratie en industrialisering een West-Europese aangelegenheid was: "eerder een speling van het lot, dan een noodzaak". Evenmin is de wetenschappelijke revolutie een gevolg van de joods-christelijke westerse samenleving, omdat de religieuze autoriteiten juist hevig gekant waren tegen alles wat de Bijbel tegensprak.
Het postmodernisme streefde naar een nieuw soort verlichting, die zo onduidelijk mogelijk uiteengezet werd. Foucault zag overal de kracht van de macht, Derrida vond dat het westerse denken "een ongezonde obsessie met rationaliteit en waarheid" vertoonde. Latour is "de invloedrijkste aanhanger van dat wetenschapsrelativisme". Er volgen nog filosofen, die allemaal de drie poten onder de Verlichting probeerden uit te zagen: waarheid, rationaliteit, morele vooruitgang. Helaas - zo toont Boudry aan - bleef het niet bij wat onschadelijke postmoderne onzin: "als objectieve waarheid niet bestaat, is dat prachtig nieuws voor klimaatsceptici, antivaccinatieactivisten en creationisten."
We hebben op twee eeuwen tijd ongelooflijk veel bereikt wat betreft armoede, kindersterfte, vrijheid, democratie en toch herleiden de progressieven zowat alles tot "de simpele theorie dat de onderdrukten altijd gelijk hebben en de onderdrukkers altijd ongelijk" (George Orwell). Hieraan wijdt Boudry méér dan 120 bladzijden. De tirannie van het slachtofferschap is het hoofdstuk dat het meeste kritiek kreeg, vooral omdat hij Israël aanduidt als een liberale democratie, omringd door islamitische staten waar de sharia telt en de vrijheid van het individu beperkt is. "Hamas daarentegen is een jihadistische terreurgroep die de enige joodse staat ter wereld volledig wil vernietigen".
Boudry probeert niet te veel te schrijven over "woke", maar kan er uiteindelijk niet omheen. Hij geeft het eerder amusante voorbeeld van de actie op de campus van de universiteit Berkeley in 2016, waaruit moest blijken dat de "witten" begrepen hadden dat zij de daders waren en de "black folks" de slachtoffers.
Met de Grote Groene Omwenteling zetten de progressieven zich af tegen groei. Boudry wijst erop dat je welgesteld moet zijn, eer je je zorgen om de natuur kan veroorloven. Hij toont met vele voorbeelden aan dat je de wetenschap niet mag verhinderen te blijven zoeken naar de juiste oplossingen voor o.a. de klimaatcrisis: "Hoe meer energie, hoe beter ons leven". Petroleum redde de walvis van de ondergang, wegwerpplastic is beter voor het milieu dan katoenen tassen, lokaal voedsel kopen is soms slechter voor het klimaat dan het voedsel dat van ver komt. Ik noem maar een paar van de bevindingen, die me verbaasden.
Doorheen het hele boek vinden we voorbeelden van hoe godsdiensten, en dan vooral de christelijke, maar ook de islamitische, hun best hebben gedaan om vooruitgang en groei tegen te gaan: niet het leven op aarde is belangrijk, het gaat om het hiernamaals. Het besef van schuld en boete wordt ons in de lagere school al ingehamerd.
We moeten ons best doen om het vooruitgangsgeloof terug te vinden, zo meent Boudry, want "vele progressieven zijn ergens onderweg hun geloof in vooruitgang kwijtgeraakt." Kernenergie afwijzen is een voorbeeld van zelfsabotage. De Europese elite minacht innovatie en Europa kwijnt weg.
Je hoeft het niet eens te zijn met de tien aanbevelingen, zo betoogt de auteur, maar bij nummer 1 haken al sommigen van zijn eigen vrienden af: groei zegent alles en iedereen: "De allerbeste manier om de planeet te redden, is om iedereen zo rijk te maken als Greta Thunberg". "Ratio en wetenschap zijn nergens zo belangrijk als in de wereld van de liefdadigheid". Kies dus aan welk doel je doneert. Lees de voorstellen in het boek en denk erover na, dat is wat hij in zijn epiloog aanraadt.
Als recensent beoordeel ik wat de doelstellingen zijn van de auteur en of hij/zij een boek geschreven heeft dat die ideeën duidelijk maakt. Ik kan enkel mijn indrukken over de argumentatie en de stijl meegeven. Over de juistheid van wat en wie hij aanhaalt, betrouw ik op het omvangrijke opzoekingswerk van Boudry, wat blijkt uit de vele bladzijden Noten en literatuur die hij noteerde. Eén ding is zeker: het is helder geschreven, met humor, zonder hoogdravende of vergezochte voorbeelden. Mij heeft hij al overtuigd.
Maarten Boudry is schrijver en wetenschapsfilosoof. Hij was houder van de leerstoel Etienne Vermeersch aan de Universiteit Gent. Hij heeft zich uitgeroepen tot progressieve ecomodernist.